“Vanavond barst de zeepbel van bonussen.” Dat zei de Zweedse premier Frederik Reinfeldt vorige week donderdag na afloop van een informele top van de regeringsleiders van de EU in Brussel. Eerder had president Sarkozy zich ook in krachtige bewoordingen uitgelaten over bankiersbonussen. Sarkozy dreigde dat hij weg zal lopen bij de top in Pittsburgh als er geen strikte regels worden afgesproken voor de beloning van bankiers.
Ondanks hun harde taal hebben Reinfeldt en Sarkozy geen absolute grens gesteld aan de hoogte van bonussen. Zowel de EU als de VS willen dat bonussen in proportie zijn met een andere grootheid, zoals het loon of de winst of kapitaalpositie van de bank. Wat de verhouding inhoudt, wordt in het midden gelaten. Daardoor is Nederland tot nu toe het enige EU-lid dat een duidelijke limiet aan bonussen heeft voorgesteld. Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen, die in plaats van premier Balkenende aanwezig was in Brussel, opperde om bonussen te limiteren tot maximaal een jaarsalaris, een referentie naar de Code Banken van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB).