De Amerikaanse aandelenbeurzen noteerden donderdag een half uur voor het sluiten van de handel hoger, herstellend van eerdere verliezen, geholpen door winsten bij telecom- en nutsbedrijven, nadat de zorgen over het Britse Brexit-referendum volgende iets afnamen.
De aandelenmarkten vonden steun nadat beide kampen hun campagnes stillegden na de moord op het Britse parlementslid Jo Cox, die donderdagmiddag op straat werd neergeschoten door een man.
Het Britse pond veerde op, door speculatie dat de aanslag het kamp dat in de EU wil blijven zou kunnen versterken.
Volgens sommige analisten was de opleving in de markt "een tijdelijk respijt van wat verder een risk-off dag is", zoals marktanalist Art Hogan van Wunderlich Securities zei.
De S&P500-index noteerde rond half tien 4,8 punten of 0,2 procent hoger op 2.076 punten, na een dieptepunt op 2.050 eerder op de dag. De Dow Jones-index won 0,5 procent, of 91 punten, tot 17.732, na eerder fors in de min te hebben gestaan. De Nasdaq Composite verloor 0,3 procent.
De Dow Jones-index verloor eerder op de dag nog 169 punten nadat de Japanse centrale bank de hoop op meer monetaire verruiming liet uiteenspatten. Ook was Wall Street bezorgd over een mogelijke Brexit.
De negatieve stemming werd versterkt door de lagere olieprijs, die 3,7 procent lager sloot
Banken herstelden na eerdere somberheid dat de Fed de rente langer laag houdt, zoals de centrale bank der Amerikanen woensdag hintte. Goldman Sachs won 0,2 procent en Morgan Stanley 1,1 procent.