De Europese beurzen zijn donderdag in het groen geëindigd en lijken daarmee overwegend positief gereageerd te hebben op de beweging van de olieprijzen. De energiegerelateerde fondsen sloten evenwel lager.
De Euronext 100 eindigde 0,6 procent hoger. De FTSE 100 in Londen maakte een pas op de plaats, de Duitse DAX won 0,7 procent en de Franse CAC 40 kreeg er 0,7 procent bij. Bij het sluiten van de Europese beurzen stond de Dow Jones index juist 0,2 procent lager.
Energiefondsen profiteerden aanvankelijk van de hogere olieprijzen, maar moesten uiteindelijk toch inleveren in lijn met de olieprijzen die weer in het rood terechtkwamen. Brentolie kwam donderdagochtend voor het eerst sinds november boven de 50 dollar per vat uit, maar daalde in de loop van de middag weer.
Dit leidde uiteindelijk tot gedaalde koersen bij de grote oliefondsen. Royal Dutch Shell sloot in Amsterdam 0,4 procent lager, BP stond bij het slot in Londen 0,7 procent in de min en Total moest in Parijs 0,1 procent inleveren.
"De vergadering van de OPEC op 2 juni blijft een groot risico vormen op de korte termijn. Markten willen weten of een akkoord zal worden gesloten over het bevriezen van de olieproductie", aldus Hussein Sayed, marktstrateeg bij FXTM.
De Spaanse banken eindigden allemaal zwaar in de min, nadat Banco Popular Españo bekendmaakte voor 2,5 miljard euro aan nieuwe aandelen uit te geven, in een poging de zorgen onder beleggers weg te nemen over de kapitaalratio van de bank en de slechte leningen op de balans.
Banco de Sabadell daalde 5,0 procent, CaixaBank verloor 4,3 procent, Bankia leverde 2,4 procent in en Banco Santander moest 1,9 procent inleveren.
De Spaanse IBEX 35 index sloot 0,5 procent lager.