26 januari 2009 -
Het ziet er naar uit dat de komende jaren een aanbodoverschot zal ontstaan van 55-plussers en een aanbodtekort van mensen tussen de 25 en 45 jaar. Bedrijven zullen hun werkgelegenheidsstructuur aan moeten passen aan de nieuwe (leeftijds)verhoudingen op de arbeidsmarkt.
Op basis van deze conclusie beschrijft EIM de toekomstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en welke gevolgen deze kunnen hebben op de concurrentiepositie van het MKB.
Nieuw evenwicht
De evenwichtssituatie op de arbeidsmarkt zal de komende jaren veranderen. Wanneer de structuur van de werkgelegenheid zich niet aanpast aan die van het arbeidsaanbod zullen, door de vergrijzing van de beroepsbevolking, op den duur onhoudbare onevenwichtigheden op de arbeidsmarkt optreden. Het aanbod van jonge werknemers zal dalen waardoor de vraag naar jongeren het aanbod ver zal overtreffen. De vraag naar ouderen zal daarentegen veel geringer zal zijn dan het aanbod. Hierdoor zullen de lonen van de verschillende leeftijdsgroepen veranderen. Door de veranderende loonkosten verandert ook de vraag naar arbeid.
Ander arbeidsaanbod
De veranderende schaarsteverhouding is van invloed op de arbeidsproductiviteit en op de concurrentiepositie van het klein-, midden- en grootbedrijf. Wat opvalt is dat met name het kleinbedrijf relatief veel (zeer) jonge werknemers in dienst heeft. Bij het grootbedrijf werken ten opzichte van het MKB relatief gezien veel (middelbaar) oude werknemers. In het grootbedrijf is 36 procent van de werknemers 45 jaar of ouder. Bij het middenbedrijf is dit 30 procent en bij het kleinbedrijf 27 procent. Het vinden en behouden van (goed) personeel wordt daarom steeds belangrijker, zeker om de concurrentiepositie te versterken en behouden. Het is dus zaak om nu al voorbereidingen te treffen om een branche of onderneming toekomstbestendig te maken en te houden.