21 oktober 2013 -
De derde FlexVertrouwenIndex van Dzjeng en FaseVijf laat zien dat flexbureaus wéér positiever zijn over de toekomst. Eerder dit jaar, in het tweede en derde kwartaal, voorzagen zij het langzaam aankomende herstel al met hun voorzichtige optimisme. En waar de vorige kwartalen nog maar net tien procent van de flexbureaus optimistische werkgevers – hun opdrachtgevers – zag, is dat nu al ruim 30 procent. Industriële werkgevers zijn volgens de flexbureaus het vaakst optimistisch.
Volgens de flexbureaus zullen werkgevers daarom iets meer personeel nodig hebben. Daartoe zullen zij vooral meer tijdelijke werknemers inlenen maar daarvoor gemiddeld wat minder willen betalen. Opvallend is dat, ondanks de snel gestegen en inmiddels hoge werkloosheid, een vijfde van de flexbureaus krapte ervaart op de arbeidsmarkt, vooral in techniek, ict en kennisintensieve zakelijke dienstverlening.
Gemiddeld geeft de flexbranche de toekomst een 6,6 (vorig kwartaal was dat nog een 6,2, en daarvoor een 6,1).
Toekomstcijfers
Middelgrote bureaus en werkmaatschappijen geven de toekomst een iets hoger cijfer dan de kleine en de (zeer) grote bureaus (ongeveer een half punt); er bestaat ook een verschil tussen bureaus als wordt gekeken naar het beroepsniveau waarvoor zij bemiddelen: de bureaus die vooral bemiddelen op het hoger beroepsniveau zijn met een 6,8 positiever dan de rest.
De bureaus die bemiddelen naar informaticafuncties zijn met gemiddeld een 7,0 het meest enthousiast over de toekomst.
De bureaus die personeel leveren aan Bouwnijverheid wijken als enige sterk af van het gemiddelde; ze zijn duidelijk het minst positief en geven de toekomst een 5,2. Bureaus die leveren aan kennisintensieve dienstverleners zijn met een 6,7 het meest positief.
Optimisme
Verdrievoudiging van het waargenomen optimisme (van twaalf procent naar 31 procent). Ook lichte stijging van de werkgelegenheid verwacht, in combinatie met blijvende stijging van de vraag naar tijdelijk personeel:
• Ondernemersklimaat – nog 61 procent ervaart onzekerheid bij klanten, per saldo ervaart 24 procent (zeer veel) optimisme bij klanten. Dit laatste is een verbetering ten opzichte van het vorige kwartaal, toen per saldo een minieme twee procent (zeer veel) optimisme ervoer bij klanten.
• Werkgelegenheid – 54 procent verwacht gelijkblijvende werkgelegenheid bij werkgevers in Nederland, per saldo verwacht 21 procent een stijging van de werkgelegenheid. Dit is een verbetering ten opzichte van het vorige kwartaal, toen per saldo vijf procent een daling verwachtte.
• Vraag naar (tijdelijke) werknemers – 38 procent verwacht dat de vraag naar tijdelijke werknemers door werkgevers gelijk zal blijven, per saldo verwacht 51 procent (lichte) groei van de vraag. Dit is een verbetering ten opzichte van het vorige kwartaal, toen per saldo 23 procent (lichte) groei verwachtte.
• Margepercentage – 60 procent verwacht dat de marge op geleverde tijdelijke werknemers gelijk zal blijven, per saldo verwacht elf procent een daling van de marge. Dit is weer een verbetering ten opzichte van het vorige kwartaal, toen per saldo 21 procent een daling verwachtte.
Krapte op de arbeidsmarkt
Krapte op de arbeidsmarkt ervaren door een vijfde van de flexbureaus, gevolgen van de recente stijging van de werkloosheid zijn waarneembaar:
• 67 procent ervaart geen krapte en stelt dat er voldoende geschikte kandidaten beschikbaar zijn. Bovendien stelt elf procent dat er (zeer) veel geschikte kandidaten beschikbaar zijn. Er is nu geen duidelijk patroon naar functies of sectoren herkenbaar.
• Zelfs nu ervaart 22 procent dat er te weinig geschikte kandidaten beschikbaar zijn.
Deze krapte geldt vooral voor technische beroepen en in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening.
Goede ontwikkkeling dat de flexbranche nu positiever is over de toekomst. Langzaam lijkt het vertrouwen in de economie over de gehele linie te groeien!