21 augustus 2017 - (ABM FN-Dow Jones) De Amsterdamse beurs is maandag in het rood gesloten, waarmee de neerwaartse trend van eind vorige week doorzet. De AEX index daalde 0,6 procent tot 516,71 punten, terwijl de AMX een verlies van 0,1 procent liet optekenen en voor de AScX een min resteerde van 0,4 procent.
Dezelfde thema's die vorige week werden genoemd als oorzaak voor de dalingen van aandelenkoersen werden ook maandag weer aangehaald. Marktvolgers zeiden dat de aanstaande militaire oefeningen van Amerika en Zuid-Korea tot spanningen in de markt leiden, vanwege bezorgdheid over de reactie van Noord-Korea. Ook de Amerikaanse politiek blijft een negatieve stempel drukken, nadat afgelopen vrijdag bekend werd dat ook adviseur Stephen Bannon is vertrokken.
"Met de onzekerheid omtrent Noord-Korea en de chaos in het Witte Huis, blijven beleggers voorzichtig op de markten", schreven analisten van Lynx. Maandagnacht Nederlandse tijd zal president Donald Trump met een aankondiging komen over het beleid omtrent Afghanistan, waarbij hij vermoedelijk zal bekendmaken extra Amerikaanse troepen te sturen naar het land.
De markt kijkt deze week verder vooral uit naar het Jackson Hole symposium, dat aanstaande donderdag van start gaat. De focus zal met name uitgaan naar vrijdag, wanneer voorzitter Mario Draghi van de Europese Centrale Bank en Federal Reserve voorzitter Janet Yellen speechen. Hun toespraken zullen nauwlettend worden beoordeeld op aanwijzingen over hun monetaire beleidsdoelstellingen. De ECB heeft reeds aangegeven dat Draghi geen wijziging van beleid zal aankondigen.
Op macro-economisch vlak werd maandag bekend dat de Chicago Fed National Activity Index in juli is gestegen. Voor de rest was de macro-economische agenda grotendeels leeg. De Bundesbank sprak zich in zijn maandrapport positief uit over de ontwikkeling van de Duitse economie in het huidige kwartaal en verwacht dat de voorspelde groei van 1,9 procent dit jaar mogelijk zelfs iets sterker zal zijn.
Olie noteert maandag in het rood. Een september-future West Texas Intermediate daalde 1,1 procent tot 47,96 dollar, terwijl een oktober-future Brent 1,7 procent lager bewoog op 51,84 dollar.
De euro/dollar noteerde op 1,1818. Bij aanvang van de handelsdag bewoog het muntpaar nog op 1,1737 en bij het sluiten van de Amerikaanse beurzen op vrijdag stond er een stand van 1,1764 op de borden.